Terug naar Dwaalwerk

Verplicht tegengeluid

Kritiek op de dwaasbegeerte

Een tegenonderzoek naar de vraag wie zich twijfel, spel en schitterende verwarring eigenlijk kan permitteren.

Niet geschreven om de dwaasbegeerte sterker uit het debat te laten komen. Sommige bezwaren blijven staan en krijgen geen grappige hoed.

De dwaasbegeerte noemt zichzelf voorlopig. Dat klinkt bescheiden. Voorlopigheid kan echter ook een luxe zijn van mensen die niet onmiddellijk de rekening krijgen.

1. Wie mag er verdwalen?

Verdwalen is aantrekkelijk wanneer thuis op u blijft wachten. Voor wie van een loket, contract, diagnose of verblijfsdocument afhankelijk is, kan institutionele verwarring geen bevrijdend spel zijn, maar dagelijkse werkelijkheid. Een museum dat bureaucratie tot een labyrint maakt, moet daarom vragen wie om die absurditeit kan lachen en wie erin vastzit.

2. De esthetiek van het niet-weten

Twijfel kan een deur openen, maar ook rook produceren. Niet iedere blik is even nauwkeurig of onschuldig. Wie aantoonbare werkelijkheid reduceert tot “ook maar een perspectief”, beschermt meestal niet wie kwetsbaar is, maar de machtigste leugen. Tijdelijke waarheid is geen toestemming voor tijdelijke feiten.

3. Humor wast zijn handen niet

Het vaak vertelde beeld van de hofnar is dubbel: hij kan spreken omdat zijn woorden tegelijk als onvolwaardig gelden; zijn ruimte en zijn onmacht komen uit dezelfde bron. Dat is geen universele geschiedenis van werkelijk bestaande hofnarren, wel een bruikbare waarschuwing. Ook nu kan een instelling een criticus bewonderen, fotograferen en na afloop onveranderd doorgaan. Ontregeling zonder gevolg is soms gewoon decoratie met applaus.

4. Wie ruimt het feest op?

De uitnodiging om regels te breken wordt vaak uitgesproken door iemand die niet de scherven hoeft te rapen. De vraag is daarom niet alleen: welke orde wordt ontregeld? Ook: wie draagt het risico, wie doet de nazorg, wie krijgt achteraf het verwijt dat de zaal niet op tijd klaarstond?

Geen weerwoord, wel voorwaarden

  1. De dwaas begint bij zijn eigen positie en maakt andermans kwetsbaarheid niet tot speelterrein.
  2. Wie een regel ontregelt, blijft dicht genoeg bij de gevolgen om ze mee te dragen.
  3. Een goede grap mag een argument openen, nooit het gesprek over schade sluiten.
  4. Soms is het radicaalste antwoord niet nog een vraag, maar een helder ja, nee of ik geloof je.

Misschien is zorg de grens én de bestemming van de dwaasheid: de bereidheid om de wereld anders te zien zonder haar aan haar lot over te laten.

Terug naar Dwaalwerk