De grap in hoger beroep
Proces-verbaal van de openbare terechtzitting
Gerechtshof voor Onvoorziene Gevolgen
Meervoudige Kamer voor Taalhandelingen
Zaaknummer: HOG 24/113-G
Datum: 17 oktober, aanvang 09.34 uur
In de zaak van:
DE GRAP,
geboren op 14 maart omstreeks 16.22 uur in het Huis voor Iedereen te Middenwaard,
zonder vaste woon- of verblijfplaats,
thans voornamelijk verblijvend op sociale media,
verdachte in hoger beroep,
bijgestaan door mr. L. Tussenweg, advocaat te Voorbehoud,
tegen het vonnis van de Rechtbank van Eerste Indruk van 2 april, waarbij de Grap schuldig werd bevonden aan:
- opzettelijke krenking van mevrouw S. El Idrissi;
- misbruik van lichamelijke kwetsbaarheid ten behoeve van vermaak;
- verstoring van de ernstige sfeer;
en werd veroordeeld tot verwijdering uit alle officiële registraties, honderdtwintig uur verplichte context en een verbod om zonder voorafgaande waarschuwing te worden herhaald.
Aanwezig zijn:
- mr. E. Veldman, voorzitter;
- mr. R. Salomon en mr. T. de Graaf, raadsheren;
- mr. H. Rechtuit, advocaat-generaal;
- mr. L. Tussenweg, raadsvrouw van de verdachte;
- mevrouw S. El Idrissi, aangeduid als rechtstreeks betrokkene;
- mevrouw C. Groot, voorzitter van de Stichting Bescherming Publieke Waardigheid;
- mr. N. Koops, advocaat van genoemde stichting;
- de Stichting Bescherming Publieke Waardigheid, als benadeelde partij met een vordering tot vergoeding van € 18.640 aan campagnekosten;
- de heer Elias Kieft, maker en eerste verspreider van de Grap;
- de griffier.
Het navolgende is zakelijk weergegeven, behalve waar zakelijkheid de zaak aantoonbaar zou vervalsen.
1. Voorafgaand aan de behandeling
De zitting stond aanvankelijk gepland in zaal 6. Deze zaal bleek uitsluitend bereikbaar via achttien treden, waarvan de laatste drie volgens de bode “meer decoratief dan noodzakelijk” waren. Na overleg is uitgeweken naar de kantine op de begane grond.
De rolstoelroute naar de kantine loopt door een dienstgang en over een kleine plateaulift die het hoogteverschil met de laadruimte overbrugt.
De voorzitter merkt op dat dit geen deel uitmaakt van de onderhavige zaak.
Mevrouw El Idrissi merkt op dat dit tot nu toe meestal wordt gezegd vlak voordat iets deel gaat uitmaken van de onderhavige zaak.
De voorzitter gelast dat de opmerking wordt genoteerd.
Bij de hoofdingang van het gerechtsgebouw hangt een bronzen bord met de tekst RECHT VOOR IEDEREEN. Daaronder hangt een kleiner kunststof bord:
BEZOEKERS ONDERNEMINGSKAMER: PRIORITEITSLIFT VIA ZIJ-INGANG
Voor natuurlijke personen zonder advocaat is er op woensdag tussen 10.00 en 12.00 uur een informatiebalie. Het is vandaag vrijdag.
Een scherm boven de beveiligingspoort toont afwisselend de woorden UW CONFLICT VERDIENT AANDACHT en een zandloper.
Op het zittingsrooster naast zaal 6 staan voor deze dag drie zaken vermeld:
- 08.45 uur: Meridiaan Vastgoed N.V. tegen de Staat, geschatte behandeltijd twintig minuten;
- 09.10 uur: een spoedverzoek tegen een huisuitzetting, aangehouden wegens gebrek aan zittingscapaciteit;
- 09.34 uur: De Grap, gereserveerd tot 16.30 uur, uitloop mogelijk.
Mevrouw El Idrissi leest het rooster tweemaal. De bode deelt mee dat roosters geen processtukken zijn.
Voor de behandeling hebben 183 aanwezigen van de opening zich uit eigen beweging als getuige gemeld. Van hen schreven er 147 dat zij de Grap hadden begrepen als kritiek op de gemeente, 121 dat zij hadden gelachen en 96 dat beide tegelijk mogelijk waren. Het hof heeft hun verklaringen niet toegelaten, omdat de vraag of de Grap door sommige mensen goed is begrepen “niet rechtstreeks van belang is voor de beoordeling van het gestelde verkeerde begrip”.
Zeven door de Stichting Bescherming Publieke Waardigheid voorgedragen getuigen zijn wel toegelaten. Geen van hen was bij de opening aanwezig. Volgens de toelatingsbeslissing kan de maatschappelijke werking van humor zich ook buiten de zaal openbaren.
MR. TUSSENWEG: Geldt dat niet eveneens voor begrip?
VOORZITTER: Dat is een inhoudelijke vraag. We zijn nog niet aan de inhoud toe.
De heer Kieft vraagt of zijn raadsvrouw aanwezig is.
De bode antwoordt dat geen raadsvrouw voor hem op de rol staat.
KIEFT: Mijn naam staat wel zevenentachtig keer in het dossier.
VOORZITTER: U bent getuige, geen verdachte.
KIEFT: Wordt er vandaag iets over mijn verantwoordelijkheid vastgesteld?
VOORZITTER: Ongetwijfeld.
KIEFT: En heb ik daarbij recht op bijstand?
VOORZITTER: Zodra u ergens formeel van wordt beschuldigd.
KIEFT: Wanneer hoor ik dat?
VOORZITTER: Achteraf, als het goed is.
Om 09.34 uur opent de voorzitter de behandeling.
VOORZITTER: Is de verdachte verschenen?
MR. TUSSENWEG: In volle omvang, voorzitter.
VOORZITTER: Waar bevindt de verdachte zich?
MR. TUSSENWEG: In het dossier. In de herinnering van de aanwezigen. Mogelijk reeds in de zaal.
De voorzitter kijkt de zaal rond.
VOORZITTER: Het hof zal daarover niet speculeren voordat iemand lacht.
De griffier deelt mee dat de grap niet beschikt over een identiteitsbewijs, geen adres heeft opgegeven en op de vraag naar haar huidige beroep heeft geantwoord met een stilte van ongeveer vier seconden.
ADVOCAAT-GENERAAL: Die stilte kan eveneens een grap zijn geweest.
MR. TUSSENWEG: Daartegen maak ik bezwaar. Niet iedere stilte kan zonder toestemming worden ingelijfd.
Het hof houdt de beslissing op dit bezwaar aan.
2. Voordracht van de zaak
De advocaat-generaal zet uiteen dat de zaak haar oorsprong vindt in de feestelijke opening van het nieuwe Huis voor Iedereen te Middenwaard. Het gebouw, gefinancierd uit het programma Samen naar Binnen, moest onderdak bieden aan de gemeentelijke debatzaal, de afdeling burgerparticipatie, een flexibele werkplaats voor sociale vernieuwing en een loket waar burgers vooraf een afspraak konden maken voor vrije inloop.
Tijdens de opening sprak wethouder Van Leijen de woorden:
“Dit huis maakt geen onderscheid. Hier komt iedereen door dezelfde voordeur binnen.”
Kort daarna betrad cabaretier Elias Kieft het podium. Hij was door de gemeente ingehuurd om de bijeenkomst, volgens de overeenkomst, “op lichte maar prikkelende wijze van een menselijke tegenstem te voorzien”.
Kieft sprak de woorden die in eerste aanleg als de Grap zijn geïdentificeerd:
“Dat is niet helemaal waar. Wie kan lopen, komt door de voordeur. Wie dat niet kan, mag achterom langs de containers. Maar het heet daar geen achterdeur meer. Het heet nu de inclusieve ingang. Je moet de gemeente nageven: als de werkelijkheid niet toegankelijk is, maken ze in elk geval de taal rolstoelvriendelijk.”
Na de woorden “inclusieve ingang” werd gelachen. Na “de taal rolstoelvriendelijk” harder.
De regisseur van de gemeentelijke livestream schakelde tijdens de eerste lach over naar een close-up van mevrouw El Idrissi, die op dat moment als enige rolstoelgebruiker op de eerste rij zat. De opname werd later door het regionale kanaal Middenwaard Vandaag verspreid onder de kop:
CABARETIER MAAKT ROLSTOELGRAP TIJDENS INCLUSIEVE OPENING
De verspreide versie duurde elf seconden. De woorden van de wethouder ontbraken. Ook de laatste zin over de gemeente en haar taal was weggelaten. Te zien waren Kieft, de woorden “wie dat niet kan, mag achterom langs de containers”, gelach en het gezicht van mevrouw El Idrissi.
Binnen drie dagen was de video 640.000 keer bekeken. De Stichting Bescherming Publieke Waardigheid startte een petitie tegen “humor die naar beneden trapt”. De gemeente distantieerde zich van Kieft. Kieft plaatste daarop een bericht waarin hij schreef:
“Wie deze grap niet begrijpt, is kennelijk via de verkeerde ingang binnengekomen.”
Dat bericht werd 1,3 miljoen keer bekeken.
De voorzitter onderbreekt.
VOORZITTER: Het hoger beroep betreft de oorspronkelijke grap, niet dit latere bericht.
ADVOCAAT-GENERAAL: Dat klopt. Het openbaar ministerie stelt evenwel dat een grap niet eindigt waar haar maker ophoudt met spreken.
MR. TUSSENWEG: Soms zou zij dat beter wel kunnen doen.
De heer Kieft draait zich om naar zijn raadsvrouw, maar bedenkt dat zij niet zijn raadsvrouw is.
De advocaat-generaal vervolgt. Volgens hem heeft de rechtbank terecht geoordeeld dat bedoeling niet beslissend is wanneer de voorzienbare werking van een uiting vernederend is. De grap heeft een lichaam dat reeds zichtbaar werd gemaakt opnieuw als middel gebruikt. Dat mogelijk de gemeente het “eigenlijke” mikpunt was, doet volgens hem niet af aan degene op wie de lach feitelijk terechtkwam.
VOORZITTER: En de verstoring van de ernstige sfeer?
ADVOCAAT-GENERAAL: De bijeenkomst was feestelijk doch beleidsmatig van aard. Na de grap was gedurende ten minste zeven minuten onduidelijk of men nog in het programma zat.
RAADSHEER SALOMON: Was dat voordien wel duidelijk?
De advocaat-generaal antwoordt dat dit niet uit het dossier blijkt.
3. Verklaring van mevrouw El Idrissi
Mevrouw El Idrissi wordt als eerste gehoord.
Zij verklaart toegankelijkheidsadviseur en architect te zijn. De gemeente Middenwaard had haar anderhalf jaar vóór de opening gevraagd het ontwerp van het Huis voor Iedereen te beoordelen. In drie rapporten had zij bezwaar gemaakt tegen de plaatsing van de rolstoelingang aan de achterzijde van het gebouw, tussen de laadruimte en de afvalcontainers. Volgens de architect was dit technisch onvermijdelijk. Volgens mevrouw El Idrissi was vooral de wens om de monumentale trap aan de voorzijde ongestoord te laten technisch onvermijdelijk verklaard.
De tijdelijke plateaulift die voor de opening was gehuurd, bleek wegens een ontbrekende veiligheidskeuring buiten gebruik. Structureel bleef alleen de achteringang bruikbaar. Een medewerker had haar daarlangs naar binnen gebracht. In de zaal was één rolstoelplaats vrijgehouden: vooraan, precies tussen het podium en camera twee.
VOORZITTER: Had u ingestemd met opname?
EL IDRISSI: Met registratie van de bijeenkomst. Niet met de functie van reactiebeeld.
VOORZITTER: Wat gebeurde er toen de grap werd gemaakt?
EL IDRISSI: Eerst hoorde ik iets wat waar was. Toen hoorde ik mensen lachen. Toen zag ik de camera naar mij toe draaien. Daarna wist ik niet meer waar de waarheid ophield en ik begon.
VOORZITTER: Dacht u dat u het mikpunt was?
EL IDRISSI: Op dat moment wel.
VOORZITTER: Waarom?
EL IDRISSI: Omdat iedereen die wilde weten hoe de grap viel naar mijn gezicht keek.
Er volgt stilte.
EL IDRISSI: Het is een bijzondere ervaring om in een zaal te zitten waarin tweehonderd mensen plotseling vinden dat jouw gezicht het antwoord is.
RAADSHEER DE GRAAF: Keek de heer Kieft naar u?
EL IDRISSI: Dat dacht ik. Later zag ik op de volledige opname dat hij naar het bord boven de deur wees. Maar de camera keek naar mij. De man achter mij keek naar mij. De wethouder keek naar mij. Zelfs degene die niet naar mij keek, keek nadrukkelijk ergens anders.
VOORZITTER: Hoe lang dacht u dat de grap over u ging?
EL IDRISSI: Misschien tien seconden. Elf. Lang genoeg voor een video.
De volledige opname ontving zij de volgende ochtend van een technicus. Toen begreep zij dat Kieft reageerde op de woorden van de wethouder en op de feitelijke route door het gebouw.
VOORZITTER: Veranderde dat uw oordeel?
EL IDRISSI: Ja.
VOORZITTER: U zegt dat zonder voorbehoud.
EL IDRISSI: Ik had een eerste indruk. Daarna kreeg ik meer informatie. Toen veranderde ik van oordeel. Ik begreep dat dit vroeger onder denken viel.
ADVOCAAT-GENERAAL: Vindt u dat u de Grap aanvankelijk verkeerd hebt begrepen?
EL IDRISSI: Elf seconden lang. Dat recht wil ik graag houden. Net als het recht om daarna opnieuw te luisteren.
VOORZITTER: De stichting stelt dat uw eerste ervaring niet door latere context mag worden uitgewist.
EL IDRISSI: Ze hebben mijn eerste vergissing tot beschermd erfgoed verklaard. Mijn correctie paste niet in de campagne.
MR. KOOPS: Mijn cliënte wilde voorkomen dat uw kwetsbare positie werd gebagatelliseerd.
EL IDRISSI: Mijn positie is dat ik een ontoegankelijk gebouw binnen moest. Dat is een bouwkundig en bestuurlijk probleem. Het is geen geestelijke toestand.
MR. KOOPS: Niemand beweert dat u niet in staat bent humor te begrijpen.
EL IDRISSI: U bent een rechtszaak begonnen op basis van de elf seconden waarin ik dat niet deed.
Er wordt gelachen. Mr. Koops kijkt naar mevrouw El Idrissi om vast te stellen of dit geoorloofd is. Zij kijkt terug tot hij daarmee ophoudt.
EL IDRISSI: Ik heb recht op een fatsoenlijke ingang. Niet op een wereld zonder slechte grappen. Als een grap werkelijk over mij gaat, mag ik hem goed vinden, slecht vinden, verkeerd begrijpen, later begrijpen of helemaal niet grappig vinden. Ik kan zelfs gekwetst raken zonder onmiddellijk handelingsonbekwaam te worden. Mijn stoel is geen verzoek aan de rest van de samenleving om zachter te denken.
RAADSHEER SALOMON: Verlangt u dan geen bijzondere voorzichtigheid?
EL IDRISSI: Bij stoepranden, graag. In gesprekken liever aandacht. Dat u op eieren loopt, helpt mijn stoel niet over de drempel.
ADVOCAAT-GENERAAL: In welke zin?
EL IDRISSI: Ik begreep dat ik niet het mikpunt was. Maar ik was wel de kogelvanger.
De advocaat-generaal vraagt haar dat uit te leggen.
EL IDRISSI: De grap mikte op de gemeente. De camera zette mij ervoor. De zaal gebruikte mij om te controleren of er gelachen mocht worden. Het filmpje gebruikte mij om te bewijzen dat er niet gelachen had mogen worden. Daarna gebruikte de gemeente mij om te laten zien hoe ernstig ze de zaak nam, en de stichting gebruikte mij om te laten zien hoe ernstig de gemeente de zaak niet nam. Iedereen had mijn gezicht nodig. Niemand had mijn rapport gelezen.
De voorzitter vraagt of zij aangifte heeft gedaan tegen de grap.
EL IDRISSI: Nee.
VOORZITTER: Hebt u de Stichting Bescherming Publieke Waardigheid gemachtigd namens u op te treden?
EL IDRISSI: Ze belden diezelfde avond. Ik zei dat ik moest nadenken. Drie kwartier later stond online dat ze handelden “met instemming van direct betrokkenen”.
MR. KOOPS: Mijn cliënte heeft die formulering later aangepast.
EL IDRISSI: Nadat ik er drie keer om had gevraagd.
MR. KOOPS: Binnen zesendertig uur.
EL IDRISSI: Mijn foto stond er toen nog.
De voorzitter vraagt of mevrouw El Idrissi zich door de grap gekwetst voelt.
Zij antwoordt niet onmiddellijk.
EL IDRISSI: Dat is inmiddels de minst nauwkeurige vraag in deze zaak. Ik voelde me gebruikt. De grap legde iets bloot wat de gemeente verborgen hield. Tegelijk had de maker kunnen weten dat degene die de verborgen achteringang werkelijk gebruikt, zichtbaar in de zaal zat. Ik wil de grap niet verbieden. Ik wil ook niet dat “het was tegen de macht” een soort aflaat wordt. Naar boven trappen met iemand anders als trapje blijft een merkwaardige sport.
MR. TUSSENWEG: Vindt u dat de grap moet worden vrijgesproken?
EL IDRISSI: Ik vind dat u niet alles wat er is gebeurd in één beklaagdenbank moet proppen omdat een grap geen communicatieafdeling heeft.
4. Verhoor van de heer Kieft
De heer Elias Kieft legt de belofte af naar waarheid te verklaren.
Hij zegt dat hij bij aankomst via de hoofdingang naar binnen was gegaan. Tien minuten voor zijn optreden zag hij bij de garderobe een pijl met de tekst Inclusieve ingang, die naar een dienstgang wees.
Een technicus vertelde hem dat de tijdelijke plateaulift buiten gebruik was. Kieft vroeg waarom op de pijl niet eenvoudig rolstoelingang stond. De technicus antwoordde dat dit “minder inclusief klonk”.
Daarop schreef Kieft enkele zinnen op de achterzijde van zijn declaratieformulier.
VOORZITTER: Was mevrouw El Idrissi aanleiding voor de grap?
KIEFT: Nee.
VOORZITTER: Had u haar gezien?
KIEFT: Ja.
VOORZITTER: Wist u dat zij met een rolstoel naar binnen was gekomen?
KIEFT: Dat was zichtbaar.
VOORZITTER: Wist u via welke ingang?
KIEFT: Nee.
Mevrouw El Idrissi zegt vanaf haar plaats: “Er was er maar één.”
De voorzitter verzoekt haar tussenkomsten te beperken. Vervolgens verzoekt hij de heer Kieft zijn antwoorden minder ruim te nemen dan de vragen.
Kieft verklaart dat het mikpunt de gemeente was, meer in het bijzonder de gewoonte om een feitelijke vernedering van een vriendelijker naam te voorzien.
ADVOCAAT-GENERAAL: U wilde de gemeente ontmaskeren?
KIEFT: Dat klinkt groter dan het was. Ik zag een bord en het bord was al bijna een grap. Ik heb het laatste duwtje gegeven.
ADVOCAAT-GENERAAL: Had u geen mens nodig om die grap te laten werken?
KIEFT: Er zitten meestal mensen in een zaal.
ADVOCAAT-GENERAAL: Een mens in een rolstoel.
KIEFT: Nee. De grap werkte juist omdat de wethouder beweerde dat iedereen door dezelfde voordeur kwam terwijl dat niet waar was.
ADVOCAAT-GENERAAL: En als mevrouw El Idrissi niet in de zaal had gezeten?
Kieft aarzelt.
KIEFT: Dan was zij misschien minder hard aangekomen.
ADVOCAAT-GENERAAL: Precies.
KIEFT: Bij de gemeente.
ADVOCAAT-GENERAAL: Dat beweert u.
De voorzitter vraagt aan wie de heer Kieft dacht toen de zaal lachte.
KIEFT: Aan de wethouder.
VOORZITTER: Keek u naar hem?
KIEFT: Ja.
De volledige opname wordt zonder geluid afgespeeld. Kieft blijkt tijdens het woord “containers” naar het bord boven de zijdeur te wijzen, vervolgens naar de wethouder te kijken en pas na de lach kort in de richting van mevrouw El Idrissi te kijken.
VOORZITTER: Waarom keek u toen naar haar?
KIEFT: Omdat iedereen dat deed.
VOORZITTER: Is dat uw antwoord of de kern van de zaak?
KIEFT: Dat weet ik niet.
MR. TUSSENWEG: Herkent u de verspreide versie van elf seconden als de Grap die u hebt gemaakt?
KIEFT: Ik herken de woorden. Niet wat ze daar doen.
VOORZITTER: Woorden zijn doorgaans een belangrijk bestanddeel van een grap.
KIEFT: Een aanloop en een mikpunt ook. In het fragment begint ze nadat de aanleiding is weggehaald en eindigt ze voordat ze zegt op wie ze mikt. Dat is niet dezelfde grap in een kortere jas. Dat is een andere grap met haar identiteitsbewijs.
ADVOCAAT-GENERAAL: Wilt u zeggen dat de Grap zelf gekwetst is?
KIEFT: Ze hoeft niet leuk gevonden te worden. Verkeerd vallen hoort bij haar beroep. Maar als je haar zo opknipt dat ze het tegendeel beweert van wat ze zei, heb je haar niet verkeerd begrepen. Dan heb je haar vervangen en haar naam laten staan.
EL IDRISSI: Met mijn gezicht deden ze ongeveer hetzelfde.
Het hof noteert dat zowel de rechtstreeks betrokkene als de verdachte bezwaar maakt tegen montage zonder toestemming. De voorzitter merkt op dat voor zover bekend noch grappen noch gezichten een absoluut recht op volledige context hebben.
EL IDRISSI: Krantenkoppen blijkbaar wel.
De advocaat-generaal houdt Kieft zijn latere bericht voor: “Wie deze grap niet begrijpt, is kennelijk via de verkeerde ingang binnengekomen.”
Kieft noemt het bericht “verdedigend en niet bijzonder verstandig”.
RAADSHEER SALOMON: U hebt daarna T-shirts verkocht met die tekst.
KIEFT: Vierendertig.
RAADSHEER SALOMON: Tegen tweeëntwintig euro vijftig per stuk.
KIEFT: De opbrengst is naar een toegankelijkheidsfonds gegaan.
EL IDRISSI: Na aftrek van productiekosten, verzendkosten en uw optreden op het Festival van het Vrije Woord.
Kieft kijkt naar zijn advocaat, die er nog steeds niet is.
Hij erkent dat de controverse hem drie televisieoptredens, twee columns en een uitverkochte tournee heeft opgeleverd. Hij zegt dat hij het daar ongemakkelijk mee heeft.
VOORZITTER: Hoe blijkt dat?
KIEFT: Ik heb in alle interviews gezegd dat het mij niet om mij ging.
VOORZITTER: Dat is doorgaans een efficiënte manier om een interview over uzelf voort te zetten.
Kieft zegt niets.
Hij verklaart dat hij mevrouw El Idrissi persoonlijk excuses heeft aangeboden.
EL IDRISSI: U schreef: “Het spijt me als de grap anders is gevallen dan bedoeld.”
KIEFT: Ja.
EL IDRISSI: Dat is geen excuus. Dat is een weerrapport.
Kieft knikt.
KIEFT: Ik beheerste de camera niet, de zaal niet en de montage niet. Mijn eerste reactie beheerste ik wel. Daarin deed ik alsof alleen mijn bedoeling bepaalde wat er gebeurd was.
VOORZITTER: Hebt u spijt van de grap?
KIEFT: Nee.
Er klinkt beweging in de zaal.
KIEFT: Wel van mijn haast om mezelf erna vrij te spreken.
5. Verhoor van mevrouw Groot
Mevrouw Clara Groot, voorzitter van de Stichting Bescherming Publieke Waardigheid, wordt gehoord.
Zij verklaart dat haar stichting sinds zes jaar opkomt voor mensen die in de openbare ruimte door taal worden gereduceerd, bespot of onvrijwillig zichtbaar gemaakt. De stichting ontvangt subsidie van drie gemeenten en bijdragen van donateurs.
Op de avond van de opening zag zij de korte video. Zij vond het duidelijk dat een cabaretier een grap maakte over het feit dat een vrouw in een rolstoel achterom naar binnen moest.
VOORZITTER: Wanneer hebt u de volledige opname bekeken?
GROOT: Dat heb ik niet gedaan.
VOORZITTER: Ook niet na ontvangst ervan?
GROOT: De volledige opname veranderde niets aan de schade van het fragment.
VOORZITTER: Kon zij iets veranderen aan uw begrip van de Grap?
GROOT: Het steeds opnieuw centraal stellen van context is een bekende strategie om ervaringen van gekwetste mensen te relativeren.
EL IDRISSI: Mijn veranderde oordeel was ook een ervaring van een gekwetst mens.
GROOT: Met alle respect, uw individuele herinterpretatie kan niet beslissend zijn voor de structurele betekenis.
EL IDRISSI: Maar uw individuele eerste indruk wel.
Mevrouw Groot antwoordt dat zij niet als individu keek, maar vanuit haar functie.
VOORZITTER: Dat feit klopte.
GROOT: Dat maakt het niet minder vernederend om erom te lachen.
VOORZITTER: Om welk deel werd volgens u gelachen?
GROOT: Om haar positie.
VOORZITTER: De gemeente had haar in die positie gebracht.
GROOT: De cabaretier maakte er amusement van.
VOORZITTER: Het televisiekanaal maakte er een close-up van.
GROOT: Dat neemt zijn verantwoordelijkheid niet weg.
VOORZITTER: Dat vroeg ik niet.
Mevrouw Groot zegt dat de stichting snel moest handelen omdat de video zich snel verspreidde. Zonder onmiddellijk tegengeluid zou de norm zijn ontstaan dat dit aanvaardbare humor was.
Uit overgelegde interne correspondentie blijkt dat een medewerker van de stichting de volgende ochtend voorstelde de volledige opname en de drie toegankelijkheidsrapporten aan de petitie toe te voegen. Mevrouw Groot antwoordde:
“Niet openen met nuance. Eerst momentum vasthouden. De rapporten kunnen in fase twee onder systeemfalen.”
Mevrouw Groot verklaart dat momentum een vakterm is voor het korte tijdvak waarin publiek verdriet nog kan worden omgezet in duurzame aandacht.
RAADSHEER SALOMON: En in bijdragen?
GROOT: Aandacht zonder middelen is verontwaardiging met lege handen.
RAADSHEER DE GRAAF: Welke norm?
GROOT: Dat de kwetsbaarheid van een gemarginaliseerd persoon publiek bezit is.
EL IDRISSI: Zoals mijn foto op uw petitie.
Mr. Koops maakt bezwaar tegen de tussenkomst. De voorzitter acht het bezwaar begrijpelijk en de tussenkomst eveneens.
Mevrouw Groot bevestigt dat de stichting de foto uit de video heeft gebruikt. Dat was nodig om zichtbaar te maken wat er gebeurd was.
VOORZITTER: Had mevrouw El Idrissi daar toestemming voor gegeven?
GROOT: Niet uitdrukkelijk.
VOORZITTER: Had zij geweigerd?
GROOT: Zij had bedenktijd gevraagd.
VOORZITTER: Wat verstaat uw stichting onder bedenktijd?
GROOT: In normale omstandigheden: tijd om te bedenken.
VOORZITTER: En in dit geval?
GROOT: Tijd was precies wat er niet was.
De stichting verzamelde 74.218 handtekeningen en € 21.730 aan bijdragen. Zes weken later kreeg zij van de gemeente Middenwaard opdracht een protocol voor veilige humor bij publieke bijeenkomsten op te stellen. De waarde van de opdracht bedroeg € 43.000.
Daarnaast ontwikkelde de stichting een tweedaagse training Luisteren namens een ander en een keurmerk voor gekwetstheidsbewuste podia. De gemeente Middenwaard nam het eerste certificeringstraject af.
VOORZITTER: Hoe wordt bepaald wie degene is namens wie u luistert?
GROOT: Dat volgt doorgaans uit de zichtbare machtsverhouding.
EL IDRISSI: In dit geval zag u een stoel en hoorde u de rest niet meer.
GROOT: Dat is een onvriendelijke samenvatting van onze methodiek.
EL IDRISSI: U mag haar later herinterpreteren.
Na de petitie maakte de gemeente de drie toegankelijkheidsrapporten alsnog openbaar en reserveerde zij voor toekomstige bijeenkomsten een gekeurde tijdelijke plateaulift. Mevrouw El Idrissi erkent dat de stichting druk heeft uitgeoefend die nodig was omdat de gemeente actie bleef uitstellen.
EL IDRISSI: Dat was een werkelijk gevolg. Het maakte mijn gezicht nog niet tot hun briefpapier.
MR. TUSSENWEG: Is deze opdracht openbaar aanbesteed?
GROOT: De gemeente heeft gebruikgemaakt van een spoedprocedure.
MR. TUSSENWEG: Welke spoed?
GROOT: De maatschappelijke onrust.
MR. TUSSENWEG: Waaraan uw stichting mede vorm heeft gegeven.
GROOT: Wij hebben de onrust niet veroorzaakt. Wij hebben haar benoemd.
MR. TUSSENWEG: Onder uw eigen logo.
Mr. Koops maakt bezwaar tegen de suggestie van financieel opportunisme. De voorzitter deelt mee dat opportunisme geen misdrijf is en in sommige begrotingen een aparte post vormt, maar staat de vraag toe.
Mevrouw Groot ontkent dat de stichting voordeel heeft gezocht. Zij houdt vol dat de oorspronkelijke bedoeling van de grap niet doorslaggevend is. De uitwerking heeft mevrouw El Idrissi publiek in een kwetsbare positie gebracht.
VOORZITTER: Mevrouw El Idrissi heeft u gevraagd haar naam en afbeelding te verwijderen. Waarom deed u dat niet onmiddellijk?
GROOT: Omdat haar individuele terughoudendheid niet de bredere structurele schade ongedaan maakte.
De voorzitter houdt mevrouw Groot een gespreksverslag voor van haar telefoongesprek met mevrouw El Idrissi. Het gesprek duurde achttien minuten. Volgens de automatische spreektijdanalyse sprak mevrouw Groot veertien minuten en tweeënveertig seconden.
GROOT: Ik moest veel uitleggen.
EL IDRISSI: Dat was precies het probleem.
EL IDRISSI: U hebt mijn stem versterkt tot ik er zelf niet meer tussen kwam.
Mevrouw Groot antwoordt dat belangenbehartiging soms vereist dat een individuele ervaring in een collectief kader wordt geplaatst.
RAADSHEER SALOMON: Ook als het individu uit dat kader wil?
GROOT: Anders blijven incidenten incidenten.
RAADSHEER SALOMON: En blijft uw stichting zonder zaak.
Mr. Koops maakt opnieuw bezwaar. De voorzitter zegt dat het hof niet uitsluit dat beide waar kunnen zijn en verzoekt de raadsheer zich van conclusies te onthouden voordat het hof daaraan gezamenlijk toe is.
5A. Een eerdere krenking
Op verzoek van de stichting wordt de heer D. van Wijk gehoord. Hij heeft de opening niet bijgewoond en de heer Kieft nooit ontmoet. Wel herinnert hij zich dat hij ongeveer veertien jaar geleden na een cabaretvoorstelling lange tijd van slag is geweest door een grap.
VOORZITTER: Was die grap van de heer Kieft?
VAN WIJK: Dat dacht ik eerst wel. Maar hij trad toen volgens mij nog niet op. Of misschien ergens anders.
MR. KOOPS: Het gaat mijn cliënte niet om daderschap in enge zin, maar om het patroon.
De heer Van Wijk kan zich de inhoud van de grap niet herinneren. Hij weet evenmin in welke plaats de voorstelling was, wie er optrad en of hij de grap in de zaal hoorde of later van iemand naverteld kreeg. Hij herinnert zich wel dat er een dier in voorkwam, tenzij dat uit een andere herinnering afkomstig is.
VOORZITTER: Waaruit bestaat de blijvende schade?
VAN WIJK: Ik heb sindsdien moeite met groepen mensen die tegelijk lachen. En met onverwachte geluiden. En met november.
VOORZITTER: Brengt u dat zelf in verband met de grap?
VAN WIJK: Voor een deel. Er speelde toen meer. Mijn relatie was net uit, ik was mijn werk kwijt en de verwarming deed het niet. Maar die grap was het enige wat iedereen om mij heen leuk vond terwijl ik er slechter van werd. Daarom is ze blijven hangen, ook al weet ik niet meer hoe ze ging.
De voorzitter bedankt hem voor zijn verklaring.
VAN WIJK: Ik wil trouwens niet dat iemand hiervoor wordt veroordeeld. Mevrouw Groot zei dat ik alleen hoefde uit te leggen dat humor lang kan doorwerken.
GROOT: Dat is ook wat u zojuist overtuigend hebt gedaan.
VAN WIJK: Als u dat zegt.
Bij het verlaten van de zaal vraagt de heer Van Wijk aan de bode waar hij het formulier kan terugkrijgen waarop hij toestemming gaf zijn verhaal “uitsluitend geanonimiseerd voor onderzoek” te gebruiken. De bode verwijst hem naar de stichting. De stichting verwijst hem later schriftelijk naar haar privacyverklaring.
5B. De overige getuigen
Vervolgens worden achtereenvolgens mevrouw B. Schraal en de heer F. Evenwicht gehoord. De overige vier toegelaten getuigen hebben gelijkluidende schriftelijke verklaringen ingediend, voor zover verklaringen met verschillende woorden gelijkluidend kunnen zijn.
Mevrouw Schraal verklaart dat zij de opening niet heeft bijgewoond, de volledige Grap niet heeft gehoord en geen ander optreden van Kieft heeft gezien. Zij zag het fragment, maar zette het na enkele seconden uit. Van de volledige context kent zij de samenvatting van de stichting.
VOORZITTER: Waarover kunt u het hof voorlichten?
SCHRAAL: Niet over deze Grap, denk ik. Wel over het gevoel dat humor je geeft wanneer andere mensen iets begrijpen wat jij niet begrijpt en daar vervolgens ook nog geluid bij maken.
Zij vertelt dat zij lachen in groepen vaak dwingend vindt. Op verjaardagen wacht zij tot iemand “grapje” zegt voordat zij vaststelt of er iets grappigs is gebeurd. Zij is niet tegen humor, mits vooraf duidelijk wordt vermeld waar de humor begint, waarop zij betrekking heeft en hoe lang zij vermoedelijk zal duren.
De voorzitter vraagt of zij de onderhavige Grap grappig vindt.
SCHRAAL: Ik heb haar uit voorzorg niet in haar geheel beluisterd.
VOORZITTER: Wat bewijst uw verklaring dan over de schadelijkheid van deze Grap?
SCHRAAL: Dat weet ik niet. Ik weet vooral dat ik het erg vind wanneer onbegrip automatisch als een tekort wordt behandeld.
De heer Evenwicht is voorzitter van de Werkgroep Ernstige Toon. Hij verklaart dat humor waardevol kan zijn wanneer zij de spanning verlaagt, de kernboodschap ondersteunt en geen nieuwe vragen oproept. Hij heeft ooit een voorstelling van een andere cabaretier gezien, maar is in de pauze vertrokken omdat de voorstelling “nog nergens toe had geleid”.
RAADSHEER DE GRAAF: Hebt u enig werk van de heer Kieft gezien?
EVENWICHT: Nee. Maar ik ken het genre.
RAADSHEER DE GRAAF: Welk genre?
EVENWICHT: Mensen die op een podium dingen anders zeggen dan ze ze bedoelen en vervolgens de verantwoordelijkheid bij het publiek leggen.
KIEFT: Dat is een verrassend goede omschrijving van deze zitting.
De voorzitter waarschuwt Kieft dat hij als getuige niet voortdurend nieuw materiaal mag produceren.
De heer Evenwicht zet vervolgens uiteen dat een samenleving zonder duidelijke grenzen aan spot uiteindelijk ieder houvast verliest. Hij behandelt daarbij achtereenvolgens carnaval, ironische aanhalingstekens, geluiden van clownsneuzen, het woord leuk, de oncontroleerbare opkomst van woordspelingen en een incident met een mok op zijn voormalige werkplek.
De griffier noteert:
Tussen 13.18 en 13.31 uur is wegens een kortstondige onvrijwillige sluiting van de ogen geen volledige zakelijke weergave tot stand gekomen. Geen der aanwezigen heeft verzocht het ontbrekende te reconstrueren.
De heer Evenwicht spreekt nog twaalf minuten. Van het einde van zijn verklaring wordt vastgelegd dat hij eindigt.
Mr. Tussenweg herhaalt haar verzoek ten minste één van de 147 aanwezigen te horen die de Grap als kritiek op de gemeente hebben begrepen.
ADVOCAAT-GENERAAL: Het feit dat veel mensen iets goed menen te hebben begrepen, bewijst niet dat dit de juiste betekenis is.
EL IDRISSI: Voor 74.218 handtekeningen gold daarnet een andere rekenmethode.
Het verzoek wordt afgewezen wegens gebrek aan toegevoegde waarde.
6. De gemeente
Als getuige verschijnt de heer P. van Dam, hoofd communicatie van de gemeente Middenwaard.
Hij legt uit dat het optreden van Kieft bedoeld was om de opening “een gecontroleerde mate van zelfrelativering” te geven. In de opdracht stond dat de cabaretier mocht schuren, mits de bijeenkomst “voor alle partners prettig herkenbaar” bleef.
VOORZITTER: Wat mocht niet?
VAN DAM: Persoonlijke aanvallen. Grappen over afkomst, beperking, religie, gender of uiterlijk. Ook geen opmerkingen over lopende aanbestedingen, het bouwbudget of de vertraging.
RAADSHEER DE GRAAF: Waarover mocht hij dan schuren?
VAN DAM: Over onszelf.
VOORZITTER: Maar niet over het bouwbudget, de vertraging of de uitvoering van het gebouw.
VAN DAM: Niet op detailniveau.
VOORZITTER: Welk niveau bleef over?
VAN DAM: Houding.
De gemeente had vóór de opening kennisgenomen van de rapporten van mevrouw El Idrissi. De aanbeveling om de rolstoelingang aan de voorzijde te plaatsen was wegens “esthetische en monumentale randvoorwaarden” niet gevolgd. Het gebouw was geen monument, maar de trap verwees volgens de architect naar een monumentale traditie.
Op de dag van de opening was de tijdelijk gehuurde plateaulift wegens een ontbrekende veiligheidskeuring buiten gebruik. De bordjes Inclusieve ingang waren aangebracht op advies van de gemeentelijke taalwerkgroep.
VOORZITTER: Wie koos die woorden?
VAN DAM: Dat weet ik niet meer precies.
EL IDRISSI: U.
Van Dam zegt dat hij deel uitmaakte van de werkgroep, maar dat taalkeuzes collectief tot stand komen.
Na verspreiding van het fragment publiceerde de gemeente een verklaring:
“In het Huis voor Iedereen is geen plaats voor humor ten koste van mensen met een beperking.”
MR. TUSSENWEG: Waarom schreef u niet dat de grap gericht was tegen uw eigen ontoegankelijke gebouw?
VAN DAM: Omdat wij eerst veiligheid wilden bieden aan wie zich geraakt voelde.
MR. TUSSENWEG: En aan de gemeente?
VAN DAM: De gemeente is geen persoon.
MR. TUSSENWEG: Voor belediging niet. Voor aansprakelijkheid soms wel.
De voorzitter vraagt of de gemeente na de ophef de hoofdingang heeft aangepast.
Van Dam antwoordt dat een werkgroep een route naar structurele verbetering heeft opgesteld. Voorlopig is naast de trap een bel geplaatst. Wie daarop drukt, wordt door een medewerker naar de achteringang begeleid.
EL IDRISSI: Langs de containers.
VAN DAM: Die worden binnenkort afgeschermd.
Van Dam legt vervolgens het conceptprotocol Veilige Deelname aan Lichte Programmering over, opgesteld door de stichting en de gemeente. Daarin staat dat organisatoren bezoekers met een “zichtbaar verhoogd risico op onvrijwillige representatie” vooraf een digitale deelnamemogelijkheid moeten aanbieden. Wanneer de aard van het programma niet volledig voorspelbaar is, heeft deelname op afstand de voorkeur. Voor fysieke aanwezigheid kan een prikkelarme zone buiten het bereik van de reactiecamera worden ingericht.
VOORZITTER: Is dit protocol reeds van kracht?
VAN DAM: Voorlopig alleen bij cabaret, debat, buurtopeningen en andere bijeenkomsten waar onverwachte taalhandelingen kunnen optreden.
EL IDRISSI: Begrijp ik goed dat uw oplossing voor een ontoegankelijke ingang is dat ik thuis naar de livestream kijk?
VAN DAM: Het is een extra keuze.
EL IDRISSI: De voordeur was ook een extra keuze. Voor anderen.
Mevrouw El Idrissi zegt dat zij aanvankelijk dacht dat zij elf seconden lang een grap verkeerd had begrepen. Dankzij de stichting, de gemeente en inmiddels zes ordners processtukken begrijpt zij nu dat de Grap verkeerd was, humor in het algemeen een onvoorspelbare taalhandeling is, openbare bijeenkomsten haar in gevaar brengen en zij voortaan beter helemaal niet meer buiten kan komen.
De griffier begint dit woordelijk te noteren.
EL IDRISSI: Dit was sarcasme.
GROOT: Voorzitter, juist dit illustreert hoe snel humor een onveilige situatie kan creëren.
EL IDRISSI: U hebt zojuist een aanbeveling geschreven waarin ik beter helemaal niet meer buiten kan komen en nu is mijn bezwaar daartegen het volgende incident.
De voorzitter verzoekt partijen niet vooruit te lopen op de evaluatie van het protocol.
7. De beelden
Als eerste wordt de heer J. Kader gehoord, beeldregisseur van de gemeentelijke livestream.
Hij verklaart dat camera één de spreker volgde en camera twee de opdracht had “menselijke gevolgen” te leveren. Toen Kieft het woord rolstoelvriendelijk uitsprak, zei Kader via de intercom: “Pak de rolstoel vooraan.”
VOORZITTER: Bedoelde u mevrouw El Idrissi?
KADER: Ik kende haar naam toen niet.
EL IDRISSI: En mijn functie?
KADER: Ook niet.
EL IDRISSI: U wist dus alleen dat ik een rolstoel had.
KADER: Dat was op dat moment beeldmatig relevant.
VOORZITTER: Wie maakte het relevant?
KADER: De situatie.
VOORZITTER: De camera stond onder uw regie.
KADER: Een regisseur kan alleen kiezen uit wat de werkelijkheid aanbiedt.
EL IDRISSI: De werkelijkheid bood ook een wethouder aan die zojuist aantoonbaar had gelogen.
Kader antwoordt dat de wethouder op dat moment buiten het kader van camera twee stond. Verplaatsing van de camera zou drie tot vier seconden hebben gekost. In live-registratie is dat volgens hem “een eeuwigheid zonder betekenis”.
De opnameovereenkomst met bezoekers gaf toestemming voor algemene registratie van de bijeenkomst. Zij vermeldde geen reactiebeelden, close-ups tijdens gevoelige onderwerpen of gebruik van afzonderlijke gezichten als bewijs van de betekenis van gesproken tekst.
VOORZITTER: Hebt u mevrouw El Idrissi toestemming gevraagd?
KADER: Niet tijdens de lach, nee.
VOORZITTER: Waarom niet?
KADER: Dan was de lach voorbij geweest.
EL IDRISSI: Dat klinkt alsof mijn toestemming vooral hinderlijk was voor uw timing.
Kader verklaart dat hij achteraf gezien misschien langer op de wethouder had kunnen blijven. Hij benadrukt dat hij de beelden niet heeft geknipt, van een kop voorzien of online geplaatst.
Mevrouw Julia Ferwerda, destijds eindredacteur van Middenwaard Vandaag, wordt gehoord.
Zij verklaart dat de regisseur tijdens de livestream naar mevrouw El Idrissi schakelde omdat een reactiebeeld nodig was.
VOORZITTER: Waarom haar reactie?
FERWERDA: Zij was rechtstreeks betrokken bij het onderwerp.
VOORZITTER: Hoe wist de regisseur dat?
FERWERDA: Zij was zichtbaar de enige rolstoelgebruiker vooraan.
VOORZITTER: Dus niet omdat zij iets deed.
FERWERDA: Haar aanwezigheid was relevant.
EL IDRISSI: Voor welk verhaal?
Ferwerda antwoordt dat live-registratie nu eenmaal keuzes vereist. Een camera kan niet niets kiezen.
VOORZITTER: Zij kan ook de wethouder kiezen.
FERWERDA: Camera één stond op de spreker. Camera twee was voor reacties.
VOORZITTER: Waarom werd de wethouder niet als reactie beschouwd?
Ferwerda weet dat niet. Volgens haar geldt bij beeldverslaggeving dat mensen willen zien wat woorden met de betrokkenen doen.
EL IDRISSI: U wilde niet zien wat de woorden met mij deden. U wilde dat mijn gezicht vertelde wat uw kop al zei.
Ferwerda ontkent dit. De kop werd pas later geschreven.
De korte video moest volgens haar voldoen aan het maximale formaat voor verticale verspreiding. Daarom werden de woorden van de wethouder en de laatste zin van Kieft verwijderd.
De feitelijke montage werd uitgevoerd door de heer M. Kort, redacteur sociale distributie. Hij wordt aansluitend gehoord.
Kort verklaart dat hij van vierenveertig minuten beeldmateriaal een fragment van maximaal elf seconden moest maken. Het beeld van mevrouw El Idrissi was door het redactiesysteem al gemarkeerd als “sterke menselijke reactie”. De woorden van de wethouder stonden negen seconden vóór het gemarkeerde beeld. De slotzin over gemeentelijke taal eindigde zes seconden erna.
VOORZITTER: U verwijderde dus eerst de aanleiding en daarna het mikpunt.
KORT: Ik selecteerde het moment met de hoogste betrokkenheid.
MR. TUSSENWEG: Wist u dat de betekenis daardoor omkeerde?
KORT: Niet omkeerde. Verschoof.
MR. TUSSENWEG: Als ik uit uw antwoord het woord niet knip, is het dan nog uw antwoord?
KORT: In woorden wel. In betekenis niet.
MR. TUSSENWEG: Dank u.
Kort verklaart dat hij voor het gebruik van de Grap geen afzonderlijke toestemming aan Kieft heeft gevraagd. De gemeentelijke overeenkomst stond fragmenten toe “ten behoeve van verslaglegging en promotie”. Het kanaal beschouwde de maatschappelijke discussie als verslaglegging en het bereik als promotie.
KIEFT: Wist de Grap dat ze zonder haar aanloop en mikpunt verder moest leven?
KORT: Grappen tekenen geen toestemmingsformulieren.
KIEFT: Mensen wel. Hebt u mevrouw El Idrissi gevraagd of haar gezicht bij uw nieuwe versie mocht blijven?
KORT: Dat lag bij de eindredactie.
Ferwerda verklaart dat dit bij de regie lag. Kader verklaart dat zijn toestemming alleen de livestream betrof. Het hof stelt vast dat de verantwoordelijkheid zich op dit punt zonder verdere montage over drie personen heeft verdeeld.
FERWERDA: Context past niet altijd in elf seconden.
VOORZITTER: Toch paste uw conclusie erboven.
Ferwerda verklaart dat de titel was gebaseerd op de waarneembare impact. De korte video presteerde aanzienlijk beter dan de volledige opname. Het kanaal ontving in de betreffende week 38 procent meer advertentie-inkomsten. Dat was volgens haar geen redactionele overweging.
De kop zelf werd geschreven door mevrouw L. Kop, die op dat moment thuiswerkte en uitsluitend het fragment, de gemarkeerde stilstaande afbeelding en de interne omschrijving “rolstoelgrap veroorzaakt ongemak” ontving. Zij bekeek de volledige opname niet.
VOORZITTER: Hoe wist u dat de cabaretier een rolstoelgrap maakte?
KOP: Dat stond in de omschrijving.
VOORZITTER: Wie schreef de omschrijving?
KOP: Dat genereert het systeem op basis van onze invoer.
VOORZITTER: Wie verzorgde de invoer?
KOP: Dat is een gedeelde redactionele verantwoordelijkheid.
EL IDRISSI: Zonder gedeeld wachtwoord, neem ik aan.
Kop verklaart dat een titel met een vraagteken is overwogen, maar dat vragende titels gemiddeld minder worden gedeeld. De gekozen kop was helder, bevatte een cabaretier, een rolstoel en een conflict, en paste zonder afbreken op een telefoonscherm.
MR. TUSSENWEG: Was hij waar?
KOP: Hij werd waarneembaar waar doordat mensen erop reageerden.
MR. TUSSENWEG: U bedoelt opnieuw dat de gevolgen van uw formulering haar bron zijn gaan vervangen.
KOP: Zo zou ik het niet opschrijven.
MR. TUSSENWEG: Dat hoeft niet. U schrijft de koppen.
De advocaat-generaal vraagt of het feit dat het fragment door montage scherper werd, de verantwoordelijkheid van de oorspronkelijke grap opheft.
Ferwerda zegt van niet. Wie in een openbare setting spreekt, moet rekening houden met fragmentatie.
VOORZITTER: Geldt dat ook voor een journalist die stelt dat bedoeling niet opweegt tegen effect?
Ferwerda vraagt of zij de vraag opnieuw mag horen.
De voorzitter zegt dat dit bij fragmentatie vaak niet mogelijk is.
8. De lachende getuige
De heer A. van Tuyl meldt zich op eigen verzoek als getuige. Hij zat tijdens de opening achter mevrouw El Idrissi en is op de opname hoorbaar lachend.
Hij verklaart dat hij lachte om de hypocrisie van de wethouder. Hij wist dat de achteringang langs de containers liep, omdat hij daar als facilitair medewerker dagelijks rookte.
VOORZITTER: Keek u na het lachen naar mevrouw El Idrissi?
VAN TUYL: Ja. Ik schrok dat zij misschien dacht dat ik om haar lachte.
VOORZITTER: Dacht u dat?
VAN TUYL: Nee.
VOORZITTER: Waarom deelde u die avond het korte fragment met de tekst “Dit kan echt niet”?
VAN TUYL: Omdat mensen anders misschien zouden denken dat ik zo iemand was die daarom lachte.
RAADSHEER DE GRAAF: U verklaarde dus publiekelijk dat de grap over mevrouw El Idrissi ging, om duidelijk te maken dat u niet om mevrouw El Idrissi had gelachen.
VAN TUYL: Als u het zo zegt, klinkt het niet goed.
RAADSHEER DE GRAAF: Het hof probeert vast te stellen hoe het klonk toen u het zei.
Van Tuyl verwijderde zijn bericht nadat het 12.000 keer was gedeeld. Hij ontving vervolgens boze reacties omdat hij “zijn verantwoordelijkheid ontliep”. Daarna plaatste hij het opnieuw, met een langere toelichting. Die toelichting werd niet gedeeld.
9. De deskundige
Als deskundige wordt gehoord dr. L. Plooi, verbonden aan het Instituut voor Toegepaste Dubbelzinnigheid.
Zij heeft de oorspronkelijke opname, het verkorte fragment, de verklaringen en 3.412 online reacties onderzocht.
Volgens haar moeten in deze zaak minstens vijf posities uit elkaar worden gehouden:
- degene die de grap maakt;
- datgene waarop de grap mikt;
- degene via wie de grap zichtbaar wordt;
- degene die lacht;
- degene die achteraf bepaalt waarover gelachen is.
ADVOCAAT-GENERAAL: Is dat niet een omslachtige manier om te zeggen dat iedereen verantwoordelijk is?
PLOOI: Nee. Het is een omslachtige manier om te voorkomen dat iedereen precies even verantwoordelijk wordt, want dan is uiteindelijk niemand het.
Zij verklaart dat de grammaticale en dramaturgische aanval in de volledige versie op de gemeente is gericht. De wethouder levert de stelling; de eerste twee zinnen ontkennen die stelling; de slotzin benoemt de gemeentelijke vervanging van materiële toegankelijkheid door inclusief vocabulaire.
VOORZITTER: Was mevrouw El Idrissi het mikpunt?
PLOOI: Semantisch niet.
VOORZITTER: Sociaal?
PLOOI: Gedurende de lach werd zij door de camera het meetinstrument van de grap. Daarna werd zij in het fragment haar vermeende onderwerp. Ze was niet het semantische mikpunt, maar ze is wel in de schietbaan gezet.
De advocaat-generaal vraagt of een grap zich aan haar effect kan onttrekken door een hoger geplaatst doel aan te wijzen.
PLOOI: Nee. Maar het omgekeerde kan evenmin. Een effect kan niet met terugwerkende kracht ieder onderdeel tot dader verklaren.
ADVOCAAT-GENERAAL: Bedoeling is dus niet beslissend?
PLOOI: Nee.
ADVOCAAT-GENERAAL: Impact wel?
PLOOI: Ook niet alleen. Bedoeling zonder impact is een alibi. Impact zonder onderzoek naar handeling en context is een natuurverschijnsel. Dan regent het krenking en hoeft niemand meer te zeggen wie het dak heeft weggehaald.
De voorzitter vraagt of een grap een zelfstandige handeling is.
Dr. Plooi antwoordt dat een grap pas ontstaat tussen formulering, verwachting en ontvangst. De maker levert niet het eindproduct; de luisteraar is geen passieve verpakking. Ook een camera, kop, knip of verontwaardigde herhaling kan mede-auteur worden.
MR. KOOPS: Betekent dit dat beledigende humor nooit kan worden veroordeeld omdat er altijd meerdere uitleggers zijn?
PLOOI: Nee. Sommige grappen richten hun hele mechaniek op het verkleinen van een herkenbaar persoon of een herkenbare groep. Dan is de route vrij kort. Deze grap nam een andere route, maar onderweg is iemand tegen een verkeersbord aangereden.
VOORZITTER: Wie heeft dat bord geplaatst?
PLOOI: Dat is de zaak.
10. De laatste getuige
Om 14.51 uur verzoekt mr. Tussenweg de Grap zelf als getuige te horen.
De advocaat-generaal maakt bezwaar. Een verdachte kan niet tegelijk als getuige in haar eigen zaak optreden.
Mr. Tussenweg antwoordt dat haar cliënt sinds het begin door iedereen woorden in de mond worden gelegd en dat het tijd is haar in oorspronkelijke staat waar te nemen.
Het hof staat dit toe, met dien verstande dat aan de Grap geen eed kan worden afgenomen. Niet is vastgesteld dat zij over een geweten beschikt. Evenmin kan worden uitgesloten dat een eed de timing beïnvloedt.
De bode roept driemaal:
“De Grap.”
Niemand staat op.
Vervolgens wordt bewijsstuk 14A afgespeeld: de volledige opname, beginnend bij de toespraak van de wethouder en eindigend zeven seconden na de laatste lach.
Bij de woorden “als de werkelijkheid niet toegankelijk is, maken ze in elk geval de taal rolstoelvriendelijk” lachen twee aanwezigen in de rechtszaal. Een derde persoon hoest op een wijze die volgens de griffier niet met zekerheid medisch kan worden genoemd.
De voorzitter laat bewijsstuk 14B afspelen: het fragment van elf seconden. Niemand lacht.
Daarna leest de griffier de grap op neutrale toon voor, zonder pauzes. De grap blijkt vrijwel geheel te verdwijnen. Alleen de containers blijven over.
Ten slotte wordt de opname afgespeeld zonder beeld. De eerste lach klinkt aarzelend. De tweede lach harder. Zonder het close-upbeeld is niet vast te stellen op wie de lach neerkomt. Wel is hoorbaar dat de wethouder niet meelacht.
Na de vierde verschijningsvorm steekt mevrouw Schraal haar hand op. Op haar polsen zijn rode vlekken verschenen. Zij zegt niet te kunnen vaststellen of deze worden veroorzaakt door de Grap, de herhaling ervan, de spanning van de zitting of de bekleding van de stoel, maar verzoekt om schorsing totdat haar homeopathische druppels zijn gaan werken.
De voorzitter vraagt hoelang dat naar verwachting duurt.
Mevrouw Schraal weet dit niet. De griffier raadpleegt op verzoek van het hof de beschikbare literatuur en meldt na zeven minuten dat daaruit geen termijn kan worden afgeleid waarbinnen het wachten met redelijke zekerheid kan worden beëindigd.
Het hof wijst het verzoek om schorsing af wegens het belang van behandeling binnen een redelijke termijn. Mevrouw Schraal neemt de druppels in. De vlekken onthouden zich van onmiddellijk commentaar.
Mr. Tussenweg vraagt vervolgens om gelegenheid met haar cliënt te overleggen. Zij buigt zich naar de luidspreker, luistert enkele ogenblikken en legt twee vingers tegen de rand van het apparaat.
MR. TUSSENWEG: Voorzitter, volgens mij is zij overleden.
Dr. Plooi onderzoekt de vier verschijningsvormen. De aanloop is nog aanwezig in één opname, het mikpunt in een andere, de woorden in een derde en het ritme in geen enkele. Zij stelt vast dat de Grap de herhaalde scheiding van haar onderdelen, de gedwongen uitleg van haar bedoeling en de gelijktijdige toeschrijving van vier onverenigbare betekenissen niet heeft overleefd.
ADVOCAAT-GENERAAL: Een grap heeft geen vaststelbare levensfuncties.
RAADSHEER SALOMON: Dat heeft haar vervolging niet verhinderd.
Om 15.07 uur stelt het hof het overlijden van de Grap vast. De precieze doodsoorzaak kan niet aan één handeling worden toegerekend.
De griffier leest een kort in memoriam voor:
De Grap, zes zinnen oud, is heden na langdurige behandeling overleden. Zij laat na: één maker, 640.000 vertoningen, twee rechtszaken, zes ordners, een protocol en een nog altijd ontoegankelijke hoofdingang. Haar laatste woorden waren gelijk aan haar eerste. Niemand hoorde nog hetzelfde.
De advocaat-generaal verklaart dat het openbaar ministerie uitsluitend heeft vervolgd. Mevrouw Groot verklaart dat haar stichting uitsluitend zichtbaar heeft gemaakt. Ferwerda verklaart dat haar kanaal uitsluitend heeft verspreid. Van Dam verklaart dat de gemeente uitsluitend heeft gefaciliteerd. De voorzitter verklaart dat het hof uitsluitend heeft behandeld.
De heer Kieft zegt dat hij de Grap weliswaar heeft geschreven, maar niet in de vier vormen waarin zij vandaag is gestorven.
De bode zet een pompflacon handdesinfectie op de tafel. Alle genoemde partijen maken er gebruik van.
Mevrouw El Idrissi niet. Zij vraagt Van Dam of de hoofdingang inmiddels toegankelijk is.
Van Dam antwoordt dat dit buiten de orde van het in memoriam valt.
Het hof besluit de zaak postuum voort te zetten.
11. Requisitoir
De advocaat-generaal erkent dat de rechtbank in eerste aanleg te eenvoudig heeft vastgesteld dat mevrouw El Idrissi het mikpunt van de grap was. Uit de volledige opname blijkt dat de directe aanval was gericht op gemeentelijke zelfgenoegzaamheid en verhullend taalgebruik.
Toch vraagt hij bevestiging van de veroordeling wegens misbruik van kwetsbaarheid. Een maker die kritiek levert op ontoegankelijkheid in aanwezigheid van degene die deze ontoegankelijkheid lichamelijk ondervindt, kan volgens hem niet doen alsof alleen de machthebber wordt geraakt. De Grap ontleende haar kracht aan een werkelijkheid waarvan mevrouw El Idrissi de kosten draagt.
De montage, de gemeente en de stichting hebben volgens de advocaat-generaal opportunistisch gehandeld, maar dat maakt de oorspronkelijke Grap niet onschuldig. Zonder haar waren de gevolgen niet ontstaan.
RAADSHEER SALOMON: Zonder gebouw ook niet.
ADVOCAAT-GENERAAL: Gebouwen staan vandaag niet terecht.
RAADSHEER SALOMON: Dat is mogelijk een deel van het probleem.
Haar overlijden verandert dat volgens de advocaat-generaal niet, nu kopieën onder dezelfde naam blijven circuleren.
Hij vraagt het hof de veroordeling postuum te handhaven. Omdat de oorspronkelijke verdachte de contextstraf niet meer kan uitvoeren, moeten de nog circulerende kopieën volgens hem voortaan vergezeld gaan van zestig uur uitleg. Het verbod op ongewaarschuwde herhaling kan worden beperkt tot gelegenheden waarbij de volledige opname niet beschikbaar is.
12. Pleidooi
Mr. Tussenweg stelt dat het openbaar ministerie schade met schuld verwart en schuld met nabijheid.
MR. TUSSENWEG: Mijn cliënte heeft haar contextstraf vanmorgen al ondergaan. Na vier uitvoeringen, zes ordners en een dag uitleg was zij dood. Het openbaar ministerie noemt zestig uur nu matiging.
Haar cliënt werd vervolgd omdat zij als enige in elf seconden paste. Wat gemeente, camera, montage, stichting en maker deden, paste niet in dezelfde beklaagdenbank en maakte de oorspronkelijke Grap niet tot een aanval op mevrouw El Idrissi.
MR. TUSSENWEG: Men heeft de grap eerst van haar mikpunt beroofd, haar daarna een ander mikpunt toegewezen en haar vervolgens veroordeeld omdat zij daarop afging.
Zij vraagt volledige postume vrijspraak.
De verstoring van de ernstige sfeer noemt zij niet strafbaar, te meer omdat de gemeente een cabaretier had ingehuurd om te schuren. Dat de gemeente achteraf liever ongehavend bleek, maakt de wrijving niet wederrechtelijk.
Ten slotte wijst zij erop dat mevrouw El Idrissi geen straf voor de grap verlangt. De Stichting Bescherming Publieke Waardigheid kan niet namens een abstract collectief alsnog gekwetst raken door een uiting die zij zelf op grote schaal heeft helpen verspreiden.
13. De te late bijstand en de slotopmerkingen
Om 16.02 uur gaat de deur open. Een vrouw met een natte jas, twee verschillende aktetassen en een fietshelm onder haar arm meldt zich als mr. L. Rust, raadsvrouw van de heer Kieft.
Zij biedt haar verontschuldigingen aan. Haar ochtendzaak, een spoedverzoek over het stopzetten van nachtopvang voor een gezin, was aangehouden wegens gebrek aan zittingscapaciteit. Daarna moest zij verschijnen in twee zaken over een verkeerd begrepen voicemail en een recensie waarin het woord aardig volgens de eiser beledigend was gebruikt. De beveiliging hield haar vervolgens twaalf minuten op omdat één aktetas nog het dossier van een daadwerkelijke bedreiging bevatte en daarvoor een afwijkend protocol gold.
Mr. Rust verklaart ooit voor het specialisme Recht der Onbeduidende Zaken te hebben gekozen omdat zij verwachtte dat het werk grotendeels zou blijven liggen en zijzelf waar mogelijk ook. De praktijk is de laatste jaren sterk gegroeid.
VOORZITTER: Het verhoor is gesloten. Uw cliënt is bovendien getuige en niet de verdachte.
MR. RUST: Dat hoorde ik beneden. Daar hing zijn naam alleen nog niet op zeven schermen.
Zij verzoekt enkele korte vragen te mogen stellen. De voorzitter staat dit toe omdat weigering meer tijd aan motivering zou kosten.
MR. RUST: Wie maakte van de Grap een grap over mevrouw El Idrissi?
Kader zegt dat hij alleen het beeld koos. Kort zegt dat hij alleen de lengte koos. Kop zegt dat zij alleen de titel koos. Ferwerda zegt dat zij eindverantwoordelijk was binnen een collectief proces.
MR. RUST: En wie had toestemming van mevrouw El Idrissi voor haar gezicht, of van mijn cliënt voor de nieuwe betekenis van zijn Grap?
Niemand antwoordt rechtstreeks. Kort verwijst naar de overeenkomst. Ferwerda naar het publieke belang. Van Dam naar Kort. Mevrouw Groot zegt dat toestemming niet altijd kan worden afgewacht wanneer veiligheid op het spel staat.
MR. RUST: Niemand alleen, iedereen een beetje, mevrouw El Idrissi helemaal.
MR. RUST: Waarom zijn mensen die niet aanwezig waren en de Grap niet hebben gehoord relevant, terwijl 147 aanwezigen die haar volledig hoorden en begrepen niet relevant zijn?
VOORZITTER: Dat volgt uit een eerdere procesbeslissing.
MR. RUST: Waarin staat?
VOORZITTER: Dat hun verklaringen niet rechtstreeks van belang zijn.
MR. RUST: Omdat ze zouden aantonen dat deze procedure niet rechtstreeks van belang is?
VOORZITTER: Die formulering is van u.
MR. RUST: Voorlopig wel.
MR. RUST: Is de hoofdingang inmiddels toegankelijk?
Van Dam zegt dat de bel operationeel is, de containers binnenkort worden afgeschermd en het structurele onderzoek in de afrondende opstartfase verkeert.
MR. RUST: Dus nee.
VAN DAM: Niet in die versmallende formulering.
Mr. Rust vraagt Kieft welk probleem hij met zijn Grap wilde aanwijzen.
KIEFT: Dat de gemeente een vernederende achteringang een inclusieve ingang noemde.
Zij vraagt mevrouw El Idrissi welk probleem zij in drie rapporten had aangewezen.
EL IDRISSI: Dat de gemeente een vernederende achteringang een inclusieve ingang noemde.
MR. RUST: Hebt u beiden vóór deze procedure met elkaar gesproken?
KIEFT: Eén keer. Mijn excuus was een weerrapport.
EL IDRISSI: Daarna adviseerde de stichting ons rechtstreeks contact voorlopig te vermijden omdat dat het proces kon vertroebelen.
Mr. Rust vraagt hoeveel publieke middelen, werkuren en honoraria met de procedure zijn gemoeid. De voorzitter antwoordt dat proceskosten niet tot de inhoud van de zaak behoren. De griffier deelt desgevraagd mee dat deze zaak in het jaarverslag zal worden geregistreerd als één afgedane complexe maatschappelijke kwestie.
MR. RUST: De stichting heeft een contract, het kanaal advertentie-inkomsten, de gemeente een protocol en het gerecht een complexe kwestie. Mijn cliënt heeft een tournee, dat zal ik niet voor hem verbergen. Mevrouw El Idrissi heeft nog steeds dezelfde ingang. Dat lijkt mij de enige kostenpost die u niet hebt kunnen verplaatsen.
VOORZITTER: Hebt u ook een juridisch betoog?
MR. RUST: Nee, voorzitter. Er is al een hele dag juridisch betoog besteed aan iets waar recht nauwelijks bij kon, terwijl zaken waar het recht wél bij moet blijven liggen. Omdat iedereen van ieder misverstand een fucking procedure maakt.
Er valt een stilte die de advocaat-generaal niet als grap durft aan te merken.
MR. RUST: Excuseert u mij. Een procedure. De griffier mag het bijvoeglijk naamwoord schrappen.
De voorzitter zegt dat een gerecht een behoorlijk ingediende zaak niet kan weigeren enkel omdat een gesprek, een volledige video of een werkende voordeur mogelijk meer had opgelost.
MR. RUST: Aannemen misschien. Er een volle dag, zeven getuigen die niet bij de opening aanwezig waren en zes ordners van maken was ook een beslissing. U hebt rollen verdeeld, eerste indrukken bevroren en de werkelijkheid buiten het dossier gehouden.
De voorzitter bepaalt dat de laatste twee zinnen worden aangemerkt als een persoonlijke beschouwing en daarom slechts letterlijk worden genoteerd.
De heer Kieft vraagt het woord. Hij staat op en laat het papier voor zich liggen.
KIEFT: Dan wil ik zeggen dat het mij spijt dat mevrouw El Idrissi door die zaal en door wat daarna kwam in een positie terechtkwam waar ze niet om had gevraagd. Ik dacht dat ik naar boven sloeg. Ik heb niet gekeken wie er onder het balkon stond.
Mevrouw Groot vraagt eveneens het woord. De voorzitter wijst erop dat zij geen verdachte is.
GROOT: Dat lijkt inmiddels bijna een technisch detail.
VOORZITTER: In deze zaal leven wij van technische details.
Mevrouw El Idrissi krijgt als rechtstreeks betrokkene als laatste het woord.
EL IDRISSI: Ik wil geen uitspraak waarin staat dat er niets is gebeurd. Er is heel veel gebeurd. Alleen niet alles door dezelfde dader. De grap zei iets waars over de gemeente. De zaal maakte mij tot toetssteen. De camera maakte mij tot plaatje. De stichting maakte mij tot zaak. De gemeente maakte van de zaak een protocol. De maker maakte van het protocol een tournee. Als u de grap veroordeelt, kan iedereen straks opgelucht naar huis.
Het hof trekt zich terug.
14. Uitspraak
Om 16.43 uur hervat het hof de behandeling.
De voorzitter leest het arrest voor.
Het hof stelt vast dat de Grap om 15.07 uur tijdens haar eigen behandeling is overleden. Nu haar kopieën onder dezelfde naam blijven circuleren en het eerdere vonnis eveneens aan die naam is verbonden, bestaat nog belang bij een uitspraak. Het hof beslist daarom postuum.
Het hof stelt voorop dat humor geen vrijplaats is. Evenmin is gekwetstheid een snelrechtprocedure. Beide vereisen onderzoek naar wat is gezegd, tegen wie, in welke situatie, met welke middelen en door wier verdere handelen een uiting haar uiteindelijke werking heeft gekregen.
Uit de volledige opname blijkt dat de Grap bij leven een aantoonbaar onware uitspraak van de wethouder weersprak en zich keerde tegen de gemeentelijke vervanging van materiële toegankelijkheid door vriendelijk vocabulaire. Niet bewezen is dat mevrouw El Idrissi haar bedoelde of semantische mikpunt was.
Dat zij zich gedurende de gebeurtenis wel als mikpunt heeft ervaren, acht het hof begrijpelijk en geloofwaardig. Haar positie vooraan, de blikrichting van aanwezigen en vooral de keuze van de regisseur om haar gezicht als reactiebeeld in te zetten, hebben de lach lichamelijk bij haar afgeleverd.
Het hof volgt niet de opvatting van de stichting dat de eerste ervaring van mevrouw El Idrissi meer gezag verdient dan haar latere oordeel, enkel omdat de eerste ervaring bruikbaarder bleek voor een aanklacht. Het recht om iets kortstondig verkeerd te begrijpen omvat het recht om daarna beter te luisteren. Wie dat tweede oordeel terzijde schuift om het eerste namens haar te bewaren, beschermt niet haar kwetsbaarheid maar ontneemt haar het vermogen zelf van gedachten te veranderen.
Dat mevrouw El Idrissi zich in een rolstoel verplaatst, maakt haar niet minder bevoegd humor te beoordelen en evenmin meer verplicht haar goed te vinden. Toegankelijkheid verlangt een bruikbare ingang, geen afzonderlijk cultureel klimaat waarin ieder mogelijk ongemak vooraf wordt verwijderd.
De camera, de verkorting, de kop en de verspreiding waren geen neutraal vervoer. Zij verwijderden de bewering waarop de Grap reageerde, haalden haar mikpunt weg en zetten het gezicht van mevrouw El Idrissi ervoor in de plaats. Het fragment van elf seconden was daarom geen kleinere uitvoering van de verdachte, maar een redactionele vervanging onder haar naam. De verantwoordelijkheid daarvoor ligt bij degenen die haar uitvoerden.
De stelling dat zonder de Grap niets van dit alles zou zijn gebeurd, acht het hof ontoereikend. Zonder de achteringang, de toespraak, camera twee, de montage, de petitie en de verdedigende ijdelheid van de maker was eveneens iets anders gebeurd. De eerste beweging in een keten erft niet automatisch iedere latere handeling.
Het hof spreekt de Grap daarom postuum vrij van opzettelijke krenking van mevrouw El Idrissi.
Ook voor misbruik van lichamelijke kwetsbaarheid volgt postume vrijspraak. De Grap ontleende haar spanning aan het contrast tussen gemeentelijke taal en gemeentelijke werkelijkheid, niet aan het lichaam van mevrouw El Idrissi. Dat zij de gevolgen van dat contrast zelf ondervond, maakte haar kwetsbaar voor wat camera en montage daarna deden; het maakte haar niet tot de clou.
Het hof voegt daaraan toe dat vrijspraak van de Grap geen verklaring van onfeilbaarheid van haar maker inhoudt. De heer Kieft had meer rekening moeten houden met de aanwezigheid van degene die de door hem benoemde vernedering persoonlijk moest ondergaan. Zijn latere reactie beperkte de kwestie tot het al dan niet begrijpen van zijn bedoeling en vergrootte daarmee precies de zelfgenoegzaamheid die zijn Grap bij de gemeente bestreed. Deze gedragingen staan vandaag niet ten laste.
Ten aanzien van de verstoring van de ernstige sfeer overweegt het hof dat geen algemeen recht bestaat op een ongestoorde ernstige sfeer, zeker niet wanneer voor de verstoring ervan vooraf een honorarium is overeengekomen. Ook hiervoor volgt postume vrijspraak.
De vordering van de Stichting Bescherming Publieke Waardigheid wordt niet-ontvankelijk verklaard. Niet is gebleken dat de stichting zelf onderwerp of mikpunt van de Grap was. De door haar gemaakte campagnekosten zijn in overwegende mate ontstaan door haar eigen besluit de Grap herhaaldelijk te publiceren.
Het hof merkt ten overvloede op dat de stichting niet slechts naliet naar de volledige Grap te luisteren, maar ook het gewijzigde oordeel negeerde van degene namens wie zij beweerde te spreken. Zij maakte van niet-luisteren een methodiek, van de methodiek een keurmerk en van het keurmerk een opdracht. Opportunisme is geen misdrijf. Het is daarmee nog geen maatschappelijke dienst.
Het hof acht de behandeling niettemin van betekenis voor de maatschappelijke verduidelijking van humor, context en publieke kwetsbaarheid. Dat voor deze behandeling andere zaken zijn aangehouden, dat de feitelijke ingang ongewijzigd bleef en dat meerdere betrokken instellingen financieel of administratief voordeel uit het conflict hebben verkregen, betreft volgens het hof de organisatie en gevolgen van de procedure en niet de juridische juistheid van de uitkomst.
Ter voorkoming van nieuwe procedures beveelt het hof de overgebleven partijen aan hun resterende geschil onder onafhankelijke begeleiding uit te spreken. Mevrouw Groot deelt nog vóór voltooiing van deze zin mee dat haar stichting hiervoor een gecertificeerd traject van drie dagdelen aanbiedt. De voorzitter verzoekt haar na de uitspraak een offerte bij de griffie achter te laten.
Het hof vernietigt het vonnis van de Rechtbank van Eerste Indruk.
Het hof:
- spreekt de Grap postuum vrij van alle ten laste gelegde feiten;
- heft het verbod op ongewaarschuwde herhaling van de nog bestaande opnamen op;
- beveelt dat bij toekomstige officiële verwijzingen naar deze zaak zowel de volledige opname als het verkorte fragment en het tijdstip van overlijden beschikbaar blijven;
- verstaat dat het overlijden verdere verspreiding naar verwachting niet zal verhinderen.
De voorzitter sluit af:
VOORZITTER: De Grap is vrij. Zij heeft de vrijspraak niet overleefd. Over de anderen lag geen aanklacht voor.
15. Na afloop
Mevrouw Schraal blijft zitten wanneer het hof opstaat. De rode vlekken zijn inmiddels tot onder haar mouwen getrokken.
SCHRAAL: Ik kwam hier uitleggen dat ik humor moeilijk vind. U hebt mij dezelfde Grap vier keer laten ondergaan en uw uitspraak afgesloten met nog een grap. Wie behandelt dat? Ik vertrouwde humor al niet. Nu vertrouw ik de rechtbank ook niet meer.
De voorzitter antwoordt vanaf de deur dat de slotzin niet als humor was bedoeld.
EVENWICHT: Dat maakt het erger.
De heer Evenwicht heeft in het arrest zeven ironische formuleringen geteld, waarvan twee in het dictum. Hij kondigt een klacht aan wegens humoristisch optreden door een instantie waarvan het publiek juist ernst mocht verwachten.
De heer Van Wijk zegt dat hij niet precies heeft begrepen wie of wat is vrijgesproken, maar dat hij zich duidelijk slechter voelt dan vanmorgen.
VAN WIJK: En november moet nog beginnen.
Mevrouw Groot noemt het vonnis een voorbeeld van institutionele secundaire bespotting: eerst worden mensen aan humor blootgesteld, daarna wordt hun bezwaar in humoristische bewoordingen afgewezen. Zij kondigt de campagne Recht op een Ernstige Uitspraak aan. Terwijl mevrouw Schraal nog zegt dat zij niet weet of haar polsen in beeld mogen, staat de eerste foto online.
Mr. Koops deelt mee dat tegen een arrest in hoger beroep geen nieuw hoger beroep openstaat. Hij onderzoekt cassatie, hoewel de feiten daar niet opnieuw worden behandeld. Mevrouw Groot antwoordt dat juist de feiten haar blijven tegenvallen.
Mevrouw Groot, mevrouw Schraal, de heer Evenwicht en de overige klagers vertrekken gezamenlijk naar de hoofdingang voor een persmoment. De heer Van Wijk gaat niet mee; hij wil eerst het formulier terug dat hij aan de stichting heeft gegeven. Mevrouw Groot kondigt onderweg een symposium aan onder de titel Wie bezit de kwetsuur? De gemeente Middenwaard biedt het Huis voor Iedereen kosteloos aan. De beoogde zaal bevindt zich op de eerste verdieping.
Een verslaggever vraagt mevrouw El Idrissi of zij tevreden is met haar overwinning.
Zij antwoordt dat zij niet wist dat zij had meegedaan.
De heer Kieft wordt gevraagd of het arrest een overwinning voor de vrijheid van meningsuiting betekent. Hij zegt dat hij daar eerst over wil nadenken en kijkt naar de doorzichtige bewijszak met de gegevensdrager van bewijsstuk 14A.
Van Dam leest op zijn telefoon de eerste bestuurlijke reactie van de gemeente. Bezoekers die zich door fysieke of talige omstandigheden onvoldoende veilig voelen, kunnen voortaan kosteloos via een hoogwaardige livestream aan openingen deelnemen. De productie wordt voor twee jaar gegund aan hetzelfde team dat de oorspronkelijke beelden verzorgde. De hoofdingang wordt meegenomen in de eerstvolgende integrale vastgoedronde.
EL IDRISSI: Dus mensen in een rolstoel kunnen beter niet meer naar cabaret of buurthuizen?
VAN DAM: Niemand wordt uitgesloten. Sommige mensen krijgen meer mogelijkheden om niet aanwezig te zijn.
Van Dam vertrekt om de reactie nader toe te lichten.
Kieft vraagt mevrouw El Idrissi of hij haar drie toegankelijkheidsrapporten mag lezen.
EL IDRISSI: Ze zijn eindelijk openbaar.
KIEFT: Ik dacht eigenlijk dat u ze misschien een keer wilde toelichten.
EL IDRISSI: Dat zou ik graag doen. Ik dacht eigenlijk dat u misschien een keer wilde luisteren.
KIEFT: Dat zou ik graag doen.
Zij staan een ogenblik tegenover elkaar zonder camera. Kieft ontgrendelt zijn telefoon. Mevrouw El Idrissi doet hetzelfde.
KIEFT: Niet nu natuurlijk.
EL IDRISSI: Nee. Alleen als u wilt.
KIEFT: Alleen als u wilt.
EL IDRISSI: Dan hoor ik het wel.
KIEFT: Ik ook.
Geen van beiden noemt een nummer. Beide schermen gaan uit. Mr. Rust roept Kieft omdat bij de hoofdingang drie microfoons en een vrije taxibaan op hem wachten. Hij vertrekt.
Kort daarna zijn ook de gemeente, de stichting, de klagers, de cameraploeg, de advocaten, de rechters en de bode weg. De gegevensdrager van bewijsstuk 14A blijft in een doorzichtige zak op de tafel van de griffier liggen.
Mevrouw El Idrissi rijdt door de dienstgang naar de kleine plateaulift. Wanneer het platform halverwege de laadruimte en de kantine is, komt het tot stilstand.
EL IDRISSI: Is er nog iemand?
De griffier is de enige die antwoordt. Zij belt de storingsdienst, die een verwachte aankomsttijd van negentig minuten opgeeft. Daarna opent de griffier het proces-verbaal opnieuw en voegt toe:
17.21 uur. Na vertrek van de partijen is de plateaulift in de dienstgang halverwege tot stilstand gekomen. Mevrouw El Idrissi heeft om hulp verzocht. De storingsdienst is gewaarschuwd. De gegevensdrager van bewijsstuk 14A bevindt zich nog in de kantine. Voor het overige heeft iedereen het gebouw verlaten.

